Verhalen
Monteurs die levens redden: dát doet ertoe

Monteurs die levens redden: dát doet ertoe

Blog: AED in de Ziggo-bus

Een monteur is aan het werk bij een klant. De wifiverbinding werkt er niet zoals het hoort. Opeens hoort hij 'biep, biep!' in zijn broekzak. Een sms van het reanimatie-oproepsysteem van alarmcentrale 112. Iemand in de buurt heeft een hartstilstand. De monteur staat op, stapt in zijn bus met een AED en rijdt er onmiddellijk naartoe. Een uitzonderlijke actie? Niet voor enkele van onze medewerkers.

Als VodafoneZiggo sponsoren we Ajax met flinke budgetten. Voor het redden van mensenlevens met AED's (elektrische 'hartstarters') hebben we aan een fractie van dit bedrag genoeg. Dat geld kunnen we investeren in AED-trainingen voor collega's – en in die apparaten zelf. Op de dag dat ik dit schrijf, heeft een monteur net weer een reanimatie verricht. De twaalfde sinds we de trainingen aanbieden en met de AED op pad zijn.

Het begon allemaal twee jaar geleden op het medewerkersfeest waarmee Vodafone en Ziggo hun fusie vierden. Daar viel de slogan 'Wat wij doen, doet ertoe'. Maar, vroegen wij ons als team af, wat dragen we nu écht bij aan de maatschappij? Gertjan Hamstra, monteur in mijn regio West-Nederland en lid van de Reddingsbrigade, kwam met het idee onze monteurs met een AED uit te rusten. Plus de kennis om deze te gebruiken.

Dat leek me een uitstekend idee. Als er íets 'ertoe doet', dan is het wel mensenlevens redden. En onze monteurs leggen gezamenlijk één miljoen bezoeken per jaar af. Door heel het land. Grote kans dat sommigen dan in de buurt zijn van iemand die reanimatie nodig heeft. Ik besloot het plan alvast in mijn regio uit te voeren, want buiten ons team was er nog te weinig animo voor.

ziggo-bus-aed-2.jpg


Onder de noemer meetapparatuur schafte ik twaalf AED's aan. Binnen twee dagen hadden we meer dan honderd aanmeldingen van monteurs die de reanimatietraining wilden volgen. In hun vrije tijd. De Hartstichting hielp ons met de screening van deelnemers en de opvang na gebruik van de AED – onder andere met een groepsapp en professionele opvang wanneer gewenst. Het is tenslotte niet niks als je net iemand met een hartstilstand hebt geholpen.

We startten op 1 juni 2018: de Dag van de Reanimatie. Vijfentwintig monteurs gingen toen de weg op met een AED. Inmiddels zijn dat er vijfenzeventig. En het mooie is, ze willen er niets voor terug. Niks uren schrijven – niet voor trainingen, niet voor hun hulpverlening. En sommigen hebben dus al echt hulp verleend; zij hebben de AED gebruikt en zich ervan verzekerd dat er zo snel mogelijk een ambulance zou komen.

Reanimeren met de elektrische schokken van een AED is vooral tijdrekken. De eerste zes minuten na een hartstilstand zijn cruciaal. Als je dan reanimeert, vergroot je de overlevingskansen enorm. Of iedereen die onze monteurs hebben geholpen uiteindelijk ook bleef leven, weten we niet: nadat de ambulance arriveert, neemt medisch personeel de patiënt over. Maar zónder hulp waren ze zeker overleden.

Inmiddels volgen steeds meer collega's de AED-training – onder wie mijn eigen directeur en mensen uit de hoofdirectie. Daar ben ik trots op. Ook van klanten en niet-klanten, die de sticker op de bus zien, krijgen we waardering. Natuurlijk is het vreemd als je monteur opeens wegrent. Maar veruit de meesten reageren zoals de laatste klant die dit overkwam: "Waar maak ik me druk om? Een mensenleven is belangrijker dan mijn wifiverbinding."

Marten-Jan Talens, regiomanager West-Nederland

Ieder jaar krijgen ongeveer zeventienduizend mensen een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Het aantal burgerhulpverleners is het afgelopen jaar met meer dan een derde gestegen naar 225.000 mensen. Het aantal aangemelde AED's is toegenomen met meer dan 45 procent. Er zijn er nu bijna achttienduizend. Burgerhulpverleners zijn gemiddeld 2,5 minuut eerder bij het slachtoffer dan de hulpdiensten. Zij kunnen een AED brengen en een reanimatie starten. (Bron: Hartstichting)