Met ruim 25 jaar ervaring voor de klas weet leraar en mediacoach Rob van Dael als geen ander hoe je de jeugd inspireert. Hij nam al meer dan duizend kinderen mee op avontuur door het digitale landschap. Zijn doel? Vanuit nieuwsgierigheid samen hun online wereld ontdekken.
“Kinderen gaan online omdat ze het leuk vinden. Voor contact met vrienden of grappige filmpjes. Niet om vervelende dingen mee te maken. Die komen ze daar soms gewoon tegen. Juist daarom hebben ze goede begeleiding nodig.”
Rob van Dael is leraar, Nationaal Mediacoach, MT-lid en coördinator. Binnen een bestuur van 23 scholen in Midden-Limburg is hij kartrekker op digitale geletterdheid. Ook geeft hij lessen en ouderavonden over o.a. mediawijsheid, online gedrag, gamen, sexting, AI en digitale basisvaardigheden.
'Net zo belangrijk als leren lezen en schrijven'
Rob's interesse voor technologie begon al vroeg. “Als je iets wist van schermen en computers, werd je al snel de ICT’er van de school”, vertelt hij lachend. Inmiddels verzorgt hij lessen digitale geletterdheid en mediawijsheid op zijn eigen school én op veel andere scholen in de regio.
Vanaf komend schooljaar wordt digitale geletterdheid een verplicht onderdeel van het curriculum. Rob juicht die ontwikkeling toe. “Het gaat allang niet meer alleen om technische vaardigheden. Kinderen moeten ook leren hoe ze zich online gedragen, hoe ze informatie beoordelen en hoe ze omgaan met wat ze tegenkomen op internet. Dat is net zo belangrijk als leren lezen en schrijven.”
'Een gastles is niet voldoende'
Vijf jaar geleden zag Rob hoe de online wereld steeds nadrukkelijker de school binnenkwam. Daarmee werden ook de keerzijden meer zichtbaar, zoals online pesten, groepsdruk en de invloed van sociale media. Een jaarlijkse gastles, zo besefte hij, was niet genoeg. “Overal kun je mensen invliegen, maar dat is een gastles. Eén keer per jaar. Daarmee ben je er niet. Wij vonden dat mediawijsheid een vaste plek in ons onderwijs moest krijgen.”
Daarom bouwde Rob een structureel aanbod op. Op zijn eigen school krijgen leerlingen vanaf groep 5 terugkerende lessen over wat ze online meemaken. Daarnaast geeft hij één dag per week als zelfstandige lessen en ouderavonden op scholen in Limburg. Ook zoekt hij bewust de samenwerking met politie, jeugdwerkers en gemeenten. “Het is belangrijk dat kinderen vanuit verschillende kanten dezelfde boodschap horen.”
'Begin klein’
Een vraag die Rob regelmatig krijgt van ouders: wanneer is mijn kind toe aan een telefoon? “Voor veel ouders is het alles of niets. Een kind krijgt een telefoon mét alle apps. Maar je kunt dat ook stap voor stap opbouwen.”
Volgens hem hoeft een eerste telefoon niet meteen toegang te geven tot sociale media, games en allerlei online platforms. “Begin klein. Eerst bellen en berichten sturen, daarna misschien WhatsApp en later andere apps. Zo kan een kind wennen aan de verantwoordelijkheden die erbij horen.” Tegelijkertijd ziet hij dat sommige kinderen al op jonge leeftijd een eigen toestel hebben. “Vaak is dat een oude telefoon van een ouder. Die staat nog ingesteld voor volwassenen, inclusief apps en content die niet geschikt zijn voor kinderen.”
Zijn advies is niet om technologie te verbieden, maar om bewust keuzes te maken. “Als ouder hoef je niet alles te kennen, maar je moet wel weten wat er speelt. Alleen dan kun je goede afwegingen maken.”
'Nieuwsgierigheid als vertrekpunt’
Hoewel veiligheid een heel belangrijk thema is, kiest Rob bewust voor nieuwsgierigheid als vertrekpunt. “Kinderen gaan online voor leuke dingen, niet om vervelende situaties tegen te komen.” Daarom begint hij zijn lessen vaak met vragen over de online leefwereld van leerlingen. Welke games spelen ze? Welke video’s kijken ze? Wat vinden ze leuk aan sociale media?
“Er komt ontzettend veel los wanneer kinderen over hun online wereld mogen vertellen. Ze voelen zich gezien en gehoord. Dat maakt het makkelijker om ook lastige onderwerpen bespreekbaar te maken.” Vanuit die open houding komen thema’s als online pesten, WhatsApp-gedrag, nepnieuws, gamen, privacy en online veiligheid vanzelf aan bod.
'De juiste materialen'
Rob gebruikt regelmatig materialen van Online Masters, het lesprogramma van VodafoneZiggo over digitale vaardigheden en mediawijsheid. Daar geeft hij vervolgens zijn eigen draai aan. "Tijdens een geschiedenisles bouwen we bijvoorbeeld in Minecraft Education een Romeinse tempel na."
Volgens hem zijn de lessen praktisch, actueel en eenvoudig in te zetten. “De website is overzichtelijk, de lessen zijn aantrekkelijk vormgegeven en vragen weinig voorbereiding.” Die toegankelijkheid is belangrijk, merkt hij. Veel leerkrachten ervaren digitale geletterdheid als een extra taak bovenop een al volle agenda. En ze zijn bang dat ze zelf niet genoeg tech-expert zijn om de klas bij te benen. Rob ziet dat anders: "Je hoeft er niet altijd een apart vak van te maken. Digitale geletterdheid kun je verweven in lessen die je al geeft. Geef leerlingen een opdracht in Canva of PowerPoint en je zult versteld staan van wat ze kunnen. Je hoeft als leraar niet alle antwoorden te hebben, als je maar de juiste materialen gebruikt en de dialoog durft aan te gaan."
‘De Snapchat-grens'
Naast scholen spelen ook ouders een belangrijke rol. Toch is het niet altijd eenvoudig om hen te bereiken. “Bij ouderavonden zie je vaak dezelfde betrokken ouders. Terwijl je juist ook de ouders wilt spreken die minder goed weten wat er online speelt.”
Om het gesprek op gang te brengen, werkt Rob met herkenbare voorbeelden uit de praktijk. Zoals kinderen die twijfelen of ze wel meegaan op schoolkamp omdat ze bang zijn hun Snapchat-reeks kwijt te raken. “Dan zie je hoe belangrijk een telefoon kan worden. Ze gaan online voor de leuk, maar als ze hun afscheid van de basisschool willen afzeggen voor dat apparaatje, dan moeten we wel in actie komen.” Door zulke voorbeelden te bespreken, ontstaat herkenning. Ouders ontdekken dat veel gezinnen tegen dezelfde vragen aanlopen. “Dan merk je dat niemand alles weet en dat iedereen zoekende is. Dat maakt het gesprek veel opener.”
‘Gooi kinderen online niet in het diepe’
Als Rob één boodschap wil meegeven, is het dat online opgroeien vooral iets positiefs kan zijn. Kinderen zoeken contact, plezier, herkenning en ontspanning. Maar dat betekent niet dat ze alles vanzelf leren. “Net als in het verkeer of in het zwembad hebben kinderen begeleiding nodig. Niet om alles voor hen te bepalen, maar om ze stap voor stap te leren hoe ze zelfstandig en verantwoord keuzes maken.” Volgens Rob begint dat met aandacht. Thuis, op school en vooral in gesprek met kinderen zelf. “Als kinderen mogen praten over hun online wereld, kun je ze echt iets leren. Dan help je ze niet alleen om veiliger online te zijn, maar ook meer vaardig en meer bewust. “
In jouw klas met digitale geletterdheid aan de slag? Tijdens onze gratis Online Master Class op 30 juni om 16:00 leer je o.a. hoe je de kerndoelen vertaalt naar leuke, interactieve lessen en een praktisch jaarplan. Meld je nu aan!
