De technologische concurrentiekracht van Nederland en Europa staat voor grote uitdagingen. De opkomst van AI, de toenemende vraag naar chips en veranderende geopolitieke verhoudingen maken het belangrijker om de hele technologische waardeketen te versterken. Om te bepalen wat ervoor nodig is om technologisch voorop te blijven lopen, spreekt VodafoneZiggo in de serie 'Staying Ahead' met Nederlandse denk- en doe-leiders uit bedrijfsleven, overheid en technologiesector. In deze aflevering deelt Jeroen Tiel, CEO van Randstad, zijn visie op wat Nederland nodig heeft om de kansen van digitalisering te benutten.

Kunt u kort vertellen over uw organisatie en uw rol?
Als CEO van Randstad Groep Nederland zie ik het als onze verantwoordelijkheid om te zorgen dat de beroepsbevolking meebeweegt met de snelle maatschappelijke en technologische transities. Want Randstad is al lang veel meer dan sec een uitzendorganisatie: wij brengen mensen en werk bij elkaar, voor de vragen van vandaag én die van morgen, in een tijd waarin technologie de aard van werk herdefinieert. Daarin bewegen we zelf ook mee: we transformeren naar een digital-first bedrijf waarin bijvoorbeeld AI en data onze matching sneller en beter maken.

Hoe beoordeelt u de huidige digitale concurrentiekracht van Nederland?
Nederland heeft een fantastische uitgangspositie en behoort qua netwerken en technologie tot de wereldtop. Maar onze concurrentiekracht staat of valt met de uitvoerbaarheid van alles wat we ermee van plan zijn. Peter Wennink zei het heel duidelijk: onze economie, en daarmee onze welvaart, zakt langzaam maar zeker weg als we de arbeidsmarkt niet tot prioriteit nummer één maken. Dat is een waarheid als een koe.

AI kan dé hefboom zijn voor onze arbeidsproductiviteit, maar in de brede economie zien we daar nog te weinig van terug. Bij AI wordt nu vooral gedacht in termen van 'meer doen met minder'. Productiviteit gaat echter over veel meer, waaronder het kwalitatief versterken van onze concurrentiekracht: toepassingen die juist in de sectoren met de grootste tekorten — de zorg, defensie, de techniek — waarde opleveren, de kwaliteit van werk én van de dienstverlening verhogen en de werkdruk verlichten, met een arbeidsmarkt die daar klaar voor is. Daar zit de grootste uitdaging.

Wat zijn jullie ambities om Nederland digitaal concurrerend te houden?
Waar Randstad voor staat, is een wendbare arbeidsmarkt. Niemand verliest zijn baan door AI, maar wel aan iemand die met AI werkt. En die persoon hoeft overigens niet in Nederland te zitten. Vier zaken zijn daarom cruciaal:

● Productiviteit als hefboom voor krapte:. Bij een structureel krappe arbeidsmarkt moeten we AI niet zien als een middel om banen te schrappen, maar om werk slimmer te organiseren en de productiviteit te verhogen. De krapte blijft, mede als gevolg van de oplopende vergrijzing. Momenteel zien we echter nog vaak dat de AI adoptie het laagst is, juist daar waar de arbeidsmarkt het meest knelt. Dat moet anders; het continu scholen van de gehele beroepsbevolking — inclusief vakmensen op de werkvloer — is daarom cruciaal om het voorzieningenniveau overeind te houden. Juist omdat we voor de digitalisering ook veel vakmensen nodig om bijv netwerken aan te leggen en kabels te trekken.
● Leven lang ontwikkelen als werknemerspropositie: Her- en omscholing moet veel meer gefaciliteerd en ondersteund worden dan nu het geval. Wie overstapt, moet weten: what's in it for me? Een beter inkomen, meer wendbaarheid, niet AI-ongeletterd worden. Dat geldt voor alle sectoren, ook voor het mkb.
● Geen technologiekloof: Ik spreek liever van een technologiekloof dan van een AI-kloof: we moeten een nieuwe maatschappelijke tweedeling voorkomen, in het bijzonder tussen starters en meer ervaren werkenden. Daarbij zit wat paradoxaals: enerzijds zijn het startersbanen waar AI impact het grootst lijkt te zijn, anderzijds zijn het juist starters die voorop lopen in het gebruik van digitale- en AI skills. Hoe kunnen we jongeren inzetten om verdere digitale- en AI transformatie te faciliteren in plaats van hen buiten te sluiten.
● Skills boven contracten: Zekerheid zit niet in een contractvorm, maar in ontwikkeling: inkomenszekerheid in plaats van contractzekerheid. Denk aan mensen die uitstromen uit de financiële sector en via omscholing doorstromen naar sectoren met tekorten. Dat lukt alleen in coalities met overheid en werkgevers.

Welke rol spelen digitale infrastructuur en connectiviteit hierbij in de dagelijkse praktijk van uw organisatie?
Digitale infrastructuur is een belangrijk fundament; wij gebruiken data en AI om sneller en slimmer talent te matchen en te ontwikkelen. Maar infrastructuur reikt verder dan netwerken. Het is een vliegwiel van state-of-the-art netwerken, een sterk vestigingsklimaat én een wendbare beroepsbevolking die de verandering kan dragen.

Wat zijn volgens u de sterkste punten van onze huidige digitale infrastructuur?
De basis is uitstekend: onze netwerken en ons 5G behoren tot de wereldtop. Maar de echte vraag is: kun je er ook iets mee? De opgave voor de BV Nederland is om die technologische belofte op de werkvloer te verzilveren, en dat valt of staat met de mensen die ermee moeten werken.

Welke specifieke trends op het gebied van digitale infrastructuur/connectiviteit ziet u als meest bepalend voor de toekomstige concurrentiekracht van Nederland?
De bepalende trend is dat vaardigheden sneller verouderen dan ooit. Het onderwijs loopt van oudsher wat achter op wat de praktijk vraagt; nieuw is het ongekende tempo. Zekerheid zit niet langer in een functietitel, maar in de wendbaarheid van mensen. Als we niet nú volop inzetten op her- en omscholing, lopen onze transities vast. Die verantwoordelijkheid ligt bij ons allemaal: werkenden die eigenaarschap nemen, leidinggevenden en werkgevers die leertijd faciliteren, en overheid en onderwijs die de randvoorwaarden scheppen

In hoeverre bent u tevreden over de huidige kwaliteit en beschikbaarheid van digitale infrastructuur in Nederland? Waar ziet u eventueel ruimte voor verbetering?
Over de technologische basis mogen we tevreden zijn. De uitdaging zit in de adoptie: medewerkers experimenteren al volop met AI, terwijl veel werkgevers, zeker in het mkb, nog terughoudend zijn. Terwijl TNO laat zien dat het meenemen van medewerkers op routinetaken tot 50% tijdwinst oplevert. Daarnaast moeten we durven sturen in het onderwijs. Het is een groot goed dat je elke opleiding kunt kiezen die je wilt. Maar als samenleving hebben we er belang bij dat mensen de weg vinden naar bijvoorbeeld techniek, AI, de zorg en defensie. Niet door iets te verbieden, maar door daar meer in te investeren, bijvoorbeeld met korting op de studiekosten. Dat vraagt om politieke keuzes, en die zijn lastig, maar het is de goede richting.

Welke rol speelt Artificiële Intelligentie (AI) in uw visie op de toekomstige digitale infrastructuur en de concurrentiekracht van Nederland?
AI is op onderdelen dé sleutel om onze arbeidsproductiviteit te verhogen bij een aanhoudend krappe arbeidsmarkt. Tegelijkertijd veranderen taken en functies over de volle breedte in een razendsnel tempo. Dat vraagt om een fundamenteel andere blik op werk. Waar voorheen vaste contracten en functietitels bepalend waren, draait het nu om de wendbaarheid van mensen. Sturen op skills, her- en omscholing en sectoroverstijgende mobiliteit moet de nieuwe standaard worden om de kansen van AI op de werkvloer écht te verzilveren. Als we daarin slagen, heeft dat een directe meerwaarde voor de wendbaarheid van onze beroepsbevolking én de haalbaarheid van onze maatschappelijke opgaven.

Wat zijn de grootste kansen en bedreigingen voor de digitale concurrentiekracht van Nederland op de middellange termijn?
De grootste bedreiging is een executiekloof: grote plannen en budgetten, maar te weinig mensen met de juiste kwalificaties en vaardigheden op de werkvloer om het uit te voeren. VNO-NCW waarschuwt hier terecht voor. Geld alleen lost schaarste niet op; een technicus in de energietransitie kan immers niet tegelijkertijd bij defensie of in de digitalisering werken. Vergelijk het met het Nederlands elftal: je kunt de beste opstelling hebben, het mooiste veld en de beste faciliteiten, maar als je de spelers mist of er is geen bal, kun je niet spelen. Dit knelpunt speelt op twee fronten: enerzijds veranderde door AI de traditionele startersrol van junioren. Anderzijds zien we een acuut tekort aan technische vakmensen om de infrastructuur te bouwen. Het mag niet zo zijn dat juist nu stage- en inwerkplekken schaars zijn — we hebben simpelweg geen 'lekjaar' te verliezen als we de instroom van de toekomst overeind willen houden.

Welke concrete acties zijn volgens u op korte termijn nodig om de digitale infrastructurele voorsprong van Nederland te behouden of te versterken?
Ten eerste moet de arbeidsmarkt veel sneller transformeren naar een ecosysteem van skills: niet de baan of contractvorm staat centraal, maar wat je kunt en hoe wendbaar je bent. Ten tweede moeten we keuzes maken. Nu zit iedereen nog op zijn eigen puzzelstukje. Talent is schaars, dus moeten we op nationale schaal prioriteiten stellen in her- en omscholing.

Welke specifieke rol ziet u hierin voor de overheid en politiek?
De overheid moet regie pakken op de menselijke uitvoerbaarheid van beleid. Hoe moet de arbeidsmarkt er over drie tot vijf jaar uitzien, en wat is daarvoor nodig? Dat er gewerkt wordt aan een Nationale Talentstrategie met een sectoroverstijgende blik is een positief signaal. Maar een landelijke Arbeidsbegroting is daarin het onmisbare fundament — want alleen een financieel plan is niet meer genoeg. Verder vraagt het om politieke stabiliteit, een degelijke uitvoeringsagenda en een vestigingsklimaat dat aantrekkelijk blijft voor internationaal talent.

Welk dringend advies of welke hartenkreet zou u willen meegeven aan de Staatssecretaris van Digitalisering...?
Maak van talentontwikkeling en menselijke uitvoerbaarheid het fundament van het digitale beleid. Zet een arbeidsbegroting naast de financiële begroting: een toets op realiteit en uitvoerbaarheid. Die is confronterend, maar juist daarom nodig. Want hoe hoogwaardig onze infrastructuur en hoe ambitieus de plannen ook zijn: zonder de juiste mensen op de juiste plek stopt elke transitie.

Ziet u opties om in een coalitieverband werk te maken van de versterking van de digitale economie?
"Honderd procent. De complexiteit en snelheid van de digitale transitie zijn te groot voor één sector afzonderlijk; dit kan alleen sectoroverstijgend, met de overheid aan het stuur, samen met het onderwijs, technologiebedrijven en arbeidsmarkt experts. Neem de O&O-fondsen: de traditionele kaders van sectorfonds-financiering sluiten vaak niet meer aan op de moderne, snel veranderende tech-markt. Om de digitale transformatie over de volle breedte te laten slagen, moeten we opleidingsmiddelen ontschotten en sectoroverstijgend inzetten, zodat we de beroepsbevolking gericht kunnen toeleiden naar de groeisectoren van morgen.

Defensie laat zien hoe het kan. Defensie heeft technici en logistiek planners nodig — rollen die elders ook schaars zijn. Dus verkent Defensie met veel partijen hoe je samen optrekt: niet door mensen weg te halen bij een ziekenhuis, maar bijvoorbeeld door met logistieke bedrijven afspraken te maken over vrachtwagenchauffeurs, waarbij Defensie de opleiding faciliteert. Publiek-private samenwerking is altijd onderdeel van de oplossing.

Wat zou uw organisatie met VodafoneZiggo willen doen in dit verband?
Met VodafoneZiggo zie ik een krachtige synergie op twee terreinen:

  1. Skills van de toekomst: VodafoneZiggo bouwt de digitale snelwegen; Randstad brengt arbeidsmarktinzichten en direct contact met het arbeidspotentieel. Door die inzichten te koppelen, brengen we in kaart welke vaardigheden morgen nodig zijn en hoe we mensen daar gericht op omscholen.
  2. Digitale inclusie: De digitale transitie moet toegankelijk zijn voor iedereen, werknemers én werkgevers. Niemand mag aan de zijlijn komen te staan. Nu niet, morgen niet en overmorgen niet.

We kunnen dit als een probleem zien, maar het is vooral een enorme kans.

Over deze serie: Hoe blijft Nederland digitaal concurrerend in Europa en de wereld?
In aanloop naar het symposium Staying Ahead: Connectivity for Europe’s Next Decade op 15 oktober 2026, verzamelde VodafoneZiggo inzichten van kopstukken uit het Nederlandse bedrijfsleven, overheid en technologiesector. De inzichten zijn gebundeld in een whitepaper.

Benieuwd naar het vorige interview uit deze serie? Lees hier het gesprek met Fernando Kuipers, hoogleraar Internet Science aan de TU Delft.