Kunt u kort vertellen over uw organisatie en uw rol?
Philips is een gezondheidstechnologiebedrijf dat op meerdere vlakken actief is: van persoonlijke gezondheidsproducten als tandenborstels en scheerapparaten tot de volledige patiëntreis in het ziekenhuis. We maken MRI-scanners voor diagnostiek, behandelapparatuur waarmee bijvoorbeeld dotterprocedures worden uitgevoerd, en hebben IT-systemen waarmee radiologen en cardiologen behandelingen voorbereiden en verwerken. Zelf ben ik actief binnen Hospital Patient Monitoring, de divisie die de vitale waarden van patiënten monitort – van het ziekenhuis van vandaag tot de wearables van morgen. Ik kom oorspronkelijk uit de zorg: ik ben opgeleid aan de VU en heb jarenlang op IC’s in Nederland gewerkt, voordat ik de overstap naar Philips maakte. Ik ben verantwoordelijk voor business development voor hoog-acute zorg in Europa.
Hoe beoordeelt u de huidige digitale concurrentiekracht van Nederland?
Nederland behoort tot de meest gedigitaliseerde landen ter wereld. Het elektronisch patiëntendossier is hier al lang een vanzelfsprekendheid, terwijl andere landen nog volop op papier werken. Ook opvallend: er liggen in Nederland bijna nergens meer losse, lokale netwerken in ziekenhuizen, maar alles is met elkaar verbonden. Dat is een teken van een volwassen, goed georganiseerde digitale basis.
Wat zijn jullie ambities om Nederland digitaal concurrerend te houden?
Nederland is zeer bereid om te experimenteren met innovaties: het kennisniveau is hoog en er is acceptatie dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Dat maakt ons land een ideale testomgeving. Waar het wringt, is schaal en implementatie. We zijn heel goed in pilots, maar het is lastig om vervolgens de stap te zetten van pilot naar structurele opschaling op systeemniveau. Ziekenhuizen hebben daarbij ondersteuning van de overheid nodig, bijvoorbeeld in de bekostiging. Nederland werkt nog grotendeels met diagnose-behandelcombinaties: je wordt betaald om te diagnosticeren en te behandelen en niet of nauwelijks om preventie of sterker nog fitheid te leveren – terwijl daar juist de grootste gezondheidswinst te behalen valt.
Welke rol spelen digitale infrastructuur en connectiviteit hierbij in de dagelijkse praktijk van uw organisatie?
Een centrale rol. Binnen Hospital Patient Monitoring kunnen we patiënten inmiddels ook buiten de muren van het ziekenhuis volgen, met uiteenlopende wearables. Maar een consumentendevice zoals een Garmin of Apple Watch is op dit moment nog niet medisch gecertificeerd. De procedure voor die certificering – onder meer via de EUMDR– werkt allerminst versnellend. Tegelijk is die controle ook weer begrijpelijk: het gaat om medische data en daar hoort zorgvuldigheid bij. Dat spanningsveld tussen snelheid en veiligheid zien we dagelijks terug.
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de Nederlandse digitale infrastructuur, en wat functioneert op dit moment goed?
De basis is goed. Ik geef vaak het voorbeeld: als ik mensen vraag hun financiële gegevens op tafel te leggen, is dat over het algemeen geen probleem. Vraag ik naar hun laatste bloedwaarden, dan wordt het al snel lastiger. Dat illustreert dat de generieke digitale infrastructuur – de verbindingen, de snelheid, de betrouwbaarheid – in Nederland op orde is. Cybersecurity staat hier hoog op de agenda - en terecht. Waar het specifiek om het zorgdomein gaat, is er meer ruimte voor verbetering: cloud-adoptie in de zorg zit nog niet op schaal.
Wat kan of moet verbeterd worden aan de digitale infrastructuur van Nederland?
Het probleem zit minder in de hardware en software op zichzelf – die is er. Het knelpunt zit meer in de adoptie en in openheid van systemen. In de zorg werken we nog onvoldoende met open standaarden: veel medtechbedrijven hanteren eigen communicatieprotocollen, wat data lastig uitwisselbaar maakt. Bij Philips sturen we bewust op een open ecosysteem, toegankelijk voor wie er relevant gebruik van kan maken, maar wel beveiligd met certificaten en gebouwd op standaarden die iedereen begrijpt, zoals HL7 FHIR en het nieuwere SDC waar Philips hard aan meebouwt. Zo kunnen medtech-partners, ziekenhuizen én start-ups en scale-ups sneller innoveren. Daarnaast moet er, ook binnen dit domein, (door)geïnvesteerd worden in het energienet: naarmate we meer met AI en cloud gaan werken, vraagt dat om meer netcapaciteit.
Wat is volgens u de impact van de opkomst van AI op de digitale infrastructuur?
AI vraagt om meer rekenkracht, dus moeten we blijven investeren, onder andere in energiebeschikbaarheid. De huidige infrastructuur is voor regulier gebruik goed genoeg, maar zodra je grote volumes data via de cloud laat verwerken en je het zorgproces op de uitkomst laat leunen, krijg je te maken met latency. Bij een videostream is een korte hapering geen probleem, bij acute zorg ligt dat anders. Daar is elke seconde vertraging voelbaar. Dat is ook een van de redenen dat digitale infrastructuur in het Groeiplan MedTech, de bijdrage van de sector aan het rapport-Wennink dat op 12 december 2025 is gepresenteerd, als aparte randvoorwaarde is opgenomen: zonder een goed werkende AI- en data-infrastructuur is verdere digitalisering van de zorg niet houdbaar.
Waar liggen volgens u de grootste bedreigingen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Er is internationale concurrentie om talent en kapitaal: hubs als Boston, Zürich/Basel en München trekken steeds meer investeringen aan, Nederland moet gericht actie ondernemen om geen terrein te verliezen. En Europa maakt het zichzelf soms lastig: tweeëndertig landen vertalen Europese regelgeving, zoals de NIS2-richtlijn, elk weer net iets anders naar hun eigen praktijk. Die stapeling van nationale kopieën, ook wel gold-plating genoemd, kost tijd en geld die we niet hebben.
Daarnaast brengt de vergrijzing een risico met zich mee, waaronder ook die van de zorgverleners zelf: een groot deel van de artsen is relatief oud en zal de komende vijf tot zeven jaar uitstromen, terwijl het aantal zorgmedewerkers de afgelopen vijftien jaar maar met zo’n anderhalf procent is gegroeid. Die zorgverleners van nu zijn dus over tien jaar zelf patiënt. We hebben mensen nodig om te innoveren, die daar ook tijd en aandacht voor hebben.
Waar liggen volgens u de grootste kansen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Nederland heeft nu al een sterke uitgangspositie: we geven zo’n twaalf procent van ons bbp uit aan zorg en hebben een sterk MedTech Ecosysteem met vooraanstaande universiteiten, ziekenhuizen en bedrijven in de sector. De ambitie van het Groeiplan MedTech is om Nederland in 2035 uit te laten groeien tot de nummer 1 MedTech-hub van Europa en de nummer 3 wereldwijd. Door gericht te investeren in innovatie, test- en opschalingscapaciteit, data en AI, talent en een voorspelbaar investeringsklimaat kan Nederland betere en betaalbare zorg combineren met extra banen, exportgroei en nieuwe MedTech-bedrijven.
Dat die ambitie serieus wordt genomen, bleek deze zomer, toen de ministeries van VWS en Economische Zaken 102,5 miljoen euro aankondigden voor het eerste project binnen dit plan – een bedrag waar Philips zelf nog eens 50 miljoen euro bovenop legt.
Wat moet Nederland doen om de kansen te benutten en de bedreigingen te voorkomen? Welke rol ziet u daarbij voor de overheid?
De overheid kan vooral zorgen voor stabiel en voorspelbaar beleid en dat data beschikbaar komt over ziekenhuizen heen. Tijdens covid bleek een van de grootste knelpunten simpelweg het overbrengen van data van het ene ziekenhuis naar het andere. Zelfs nu nog krijgen patiënten die overstappen soms een cd-rom mee met hun laatste scan, in plaats van dat die digitaal beschikbaar is voor de nieuwe behandelaar. Dat veranderen is in het belang van de overheid zelf, wil zij het zorgstelsel verbeteren en versterken. Daarnaast kan de overheid helpen door Europese regelgeving te helpen versimpelen in plaats van te stapelen: hoe minder nationale kopieën van dezelfde Europese regel, hoe sneller wij die kunnen implementeren in onze systemen.
Stel dat u de staatssecretaris/eurocommissaris die verantwoordelijk is voor digitalisering één dringend advies mag meegeven. Welk advies zou dat zijn?
We vinden het in Nederland mooi om te laten zien dat we patiënten buiten het ziekenhuis monitoren, maar daarna moet het ook echt op schaal gebracht worden. Zonder die schaal blijven het pilots. Daar redt de zorg het niet mee.
Ziet u opties om in een coalitieverband werk te maken van de versterking van de digitale economie?
Zeker en dat doen we ook. Philips is en blijft een Nederlands bedrijf – het hoofdkantoor staat in Amsterdam en van onze wereldwijd zo’n 65.000 medewerkers werken er nog altijd ruim 9.000 in Nederland. Onze CEO Roy Jakobs heeft actief meegewerkt aan het rapport van Peter Wennink en heeft mede de coördinatie op zich genomen van het Groeiplan MedTech, de sectorbrede uitwerking daarvan. Ook lopen er concrete samenwerkingsprojecten, zoals met TNO en, in het kader van het Polaris-project, met partijen als NXP en Thales om samen te bouwen aan innovaties op het gebied van medische technologie en connectiviteit. Daarnaast zitten wij ook in de Brainport Eindhoven regio waarbij samenwerking de sleutel is tot succes.
Wat zou uw organisatie met VodafoneZiggo willen doen in dit verband?
In het Groeiplan MedTech staat het concept van een monitoring hub: vanuit verschillende plekken in Nederland patiënten in de regio monitoren. Philips is goed in het beschikbaar krijgen van data en het begrijpen van ziekenhuisworkflows – we weten wat er gebeurt op de vloer. Maar om die data vervolgens veilig van A naar B te krijgen, bijvoorbeeld via private 5G, heb je partijen als Vodafone en Ziggo nodig. Mijn oproep zou dan ook zijn: denk vanuit VodafoneZiggo mee over de mogelijkheden die dit soort initiatieven bieden, bijvoorbeeld op het gebied van veilige connectiviteit en private 5G, zodat we samen kunnen bijdragen aan het opvangen van de groeiende zorgvraag.
Over deze serie: Hoe blijft Nederland digitaal concurrerend in Europa en de wereld?
In aanloop naar het symposium Staying Ahead: Connectivity for Europe’s Next Decade op 15 oktober 2026, verzamelde VodafoneZiggo inzichten van kopstukken uit het Nederlandse bedrijfsleven, overheid en technologiesector. De inzichten zijn gebundeld in een whitepaper.
Benieuwd naar het vorige interview uit deze serie? Lees hier het gesprek met Jeroen Tiel, CEO van Randstad.
De technologische concurrentiekracht van Nederland en Europa staat voor grote uitdagingen. De opkomst van AI, de toenemende vraag naar chips en veranderende geopolitieke verhoudingen maken het belangrijker om de hele technologische waardeketen te versterken. Om te bepalen wat ervoor nodig is om technologisch voorop te blijven lopen, spreekt VodafoneZiggo in de serie 'Staying Ahead' met Nederlandse denk- en doe-leiders uit bedrijfsleven, overheid en technologiesector. In deze aflevering deelt Rob de Bie, Head of Business Development Hospital Patient Monitoring bij Philips, zijn visie op de kansen én de voorwaarden voor verdere digitalisering van de zorg.
