Kunt u kort vertellen over uw organisatie en uw rol?
Als Managing Director geef ik bij TNO leiding aan de unit ICT, Strategy & Policy (ISP). TNO is een onafhankelijke onderzoeksorganisatie met een wettelijke taak: baanbrekend toegepast onderzoek inzetten om maatschappelijke transities te versnellen en het verdienvermogen van Nederland te versterken. Economische concurrentiekracht en kwaliteit van leven zijn daarin onlosmakelijk verbonden. Maatschappelijke en digitale weerbaarheid zie ik daarbij nadrukkelijk als integraal onderdeel van die kwaliteit van leven: het is het fundament om onze welvaart en waarden te beschermen. Binnen ISP werken we voor publieke en private partijen aan de digitale transformatie. We combineren diepe technologie, van netwerken en cybersecurity tot AI en dataspaces, met strategie en beleid. Juist die combinatie biedt organisaties een concreet handelingsperspectief in een snel veranderende wereld.
Hoe beoordeelt u de huidige digitale concurrentiekracht van Nederland?
Ik trek die vraag direct door naar Europa, want onze concurrentiekracht staat of valt met onze Europese inbedding. Aan de softwarekant – hyperscale cloud, geavanceerde AI en platformen – ontbreekt het ons simpelweg aan wereldwijd leidende techbedrijven. SAP en een handvol andere spelers hebben een sterke positie, maar we zijn niet dominant. We zijn terecht trots op ASML als mondiaal kroonjuweel in de chiplaag, maar we hebben over de hele keten meer van dat soort ankerpunten nodig. Niet voor dominantie als doel op zich, maar als hefboom voor een echte onderhandelingspositie. Digitale infrastructuur wordt bepalend voor maatschappelijke veerkracht. Wie nergens in de stack een onmisbare positie inneemt, verliest uiteindelijk de regie over zijn data, zijn innovatievermogen en de kwaliteit van zijn publieke diensten.
Wat zijn jullie ambities om Nederland digitaal concurrerend te houden?
Dat is onze bestaansreden: technologie vertalen naar handelingsperspectief. Concreet richten we ons op de vraag hoe de overheid kan optreden als launching customer om innovaties uit het lab naar de markt te trekken. Daarnaast adviseren we over de randvoorwaarden: welke wet- en regelgeving stimuleert innovatie zónder publieke waarden te ondermijnen? En hoe vertaal je die hele keten van strategische, technologische en juridische complexiteit naar een scherp programma van eisen en open standaarden waar industrie en overheid direct mee aan de slag kunnen?
Welke rol spelen digitale infrastructuur en connectiviteit hierbij in de dagelijkse praktijk van uw organisatie?
We benaderen infrastructuur altijd vanuit twee kanten: de technologie én het innovatie-ecosysteem. De fysieke basis, glasvezel, mobiele netwerken, 5G en straks 6G, is de levensader van onze economie. Maar je moet die infrastructuur zien als een integrale digitale stack: die begint bij chips en fotonica, loopt via netwerken door naar cloud en AI, en landt in maatschappelijke toepassingen. Juist die samenhang staat in onze R&D centraal. Het heeft weinig zin om één laag te optimaliseren als de rest niet meebeweegt; innovatie ontstaat wanneer je over de lagen heen innoveert. Dat brengen we in de praktijk door ecosystemen te bouwen: binnen nationale initiatieven rond 6G werken we bijvoorbeeld met meer dan honderd publieke en private partners samen om het verdienvermogen en de digitale soevereiniteit van Nederland te borgen.
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de Nederlandse digitale infrastructuur, en wat functioneert er op dit moment goed?
Vergeleken met andere Europese landen staat Nederland er op het gebied van digitale infrastructuur en connectiviteit uitstekend voor. We hebben een van de dichtste en betrouwbaarste netwerken van Europa. Maar die sterke uitgangspositie mag geen reden zijn om achterover te leunen; we moeten nu al vooruitkijken naar de volgende technologische transitie.
Wat kan of moet verbeterd worden aan de digitale infrastructuur van Nederland?
Ik zie drie prioriteiten. Allereerst 6G: de laag waarin netwerken, cloud en geavanceerde chiptechnologie samenkomen. Doen wij dit als Europa niet, dan doen andere geopolitieke blokken het wel. Vergelijk het met netcongestie: wees niet tevreden met 5G, maar sorteer nu al voor op de volgende standaard voordat je tegen capaciteitsgrenzen aanloopt. Ten tweede de cloud- en computelaag, waar Europa een forse inhaalslag moet maken via grensoverschrijdende samenwerking rond soevereine infrastructuur. En tot slot de bovenste laag van diensten: het bouwen van economische verdienmodellen en maatschappelijke toepassingen op dat fundament, zodat de hele samenleving er de vruchten van plukt.
Wat is volgens u de impact van de opkomst van AI op de digitale infrastructuur?
We moeten af van het idee dat een software-agent simpelweg een ‘digitale collega’ is. We verschuiven in hoog tempo naar autonome multi-agent netwerken die zelfstandig transacties uitvoeren, data delen en besluiten nemen. Zodra software die bevoegdheden krijgt, volstaat toezicht achteraf niet meer. Wie agents operationele vrijheid geeft, moet dat fundament verankeren in de IT-architectuur: welke systemen mag een agent autonoom benaderen en welke limieten gelden er? Daarvoor heb je vooraf getoetste guardrails, digitale mandaten en waterdichte logging nodig. Bij TNO onderzoeken we dit integraal: in sandboxes testen we technisch waar multi-agent interacties onvoorspelbaar worden, terwijl we aan de beleidskant helpen om AI-governance en de Europese AI Act te vertalen naar veilige kaders. Innovatie versnelt pas als de beheersbaarheid aan de voorkant is ingeregeld.
Waar liggen volgens u de grootste bedreigingen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Ik zie er een paar. Allereerst de bereidheid om te investeren: de aanwezigheid van risicodragend kapitaal, niet zozeer in de start-upfase maar juist bij de stap van scale-up naar unicorn. Ten tweede zijn we in Europa nog te gefragmenteerd; wat Mario Draghi daarover beschrijft, legt de vinger op de zere plek: we harmoniseren te traag om op continentale schaal te kunnen concurreren met de VS en China. En ten derde, misschien wel het grootste probleem: doorzettingskracht. Neem het rapport-Wennink – volgens mij een uitstekend rapport – maar hoeveel varianten zijn daar niet al op geschreven als reactie? Er is niks mis met die initiatieven op zich, maar op een gegeven moment moet je jezelf afvragen: gaan we het nou ook echt dóén?
Waar liggen volgens u de grootste kansen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
De kans zit hem denk ik in wat ons als Europa uniek maakt ten opzichte van Amerika en China. Waar data in de VS vooral gecommercialiseerd wordt door techreuzen en in China gedomineerd wordt door staatscontrole, kiest Europa voor een eigen, waardengedreven model, een 'derde weg', waarin datasoevereiniteit, publieke waarden en digital trust het fundament vormen van economisch succes. Juist dat kan ons uniek en aantrekkelijk maken voor ondernemingen en landen die in Europa willen investeren.
Wat moet Nederland doen om de kansen te benutten en de bedreigingen te voorkomen? Welke rol ziet u daarbij voor de overheid?
Naast launching customer zijn, is het versimpelen en versnellen van processen en procedures cruciaal – niet door minder eisen te stellen, maar door het makkelijker te maken om zaken te doen. Ik vind de vergelijking met een verbouwing in het centrum van Amsterdam nog steeds een schrikbeeld: de bouwkosten zijn maar de helft van de rekening, de rest gaat op aan processen, procedures en goedkeuringen. Dat loopt op macroniveau bij de aanleg van netwerken precies zo. Dat vraagt een andere manier van denken: spreek met elkaar het domein en de maatschappelijke deadline af – zoals de tijdige uitrol van landelijke 6G-dekking of de digitalisering van onze vitale infrastructuur – en pas je procedures daarop aan, in plaats van andersom. En betrek belanghebbenden vanaf het begin, niet pas op het laatste moment vanuit deze realiteit. Neem draagvlak mee in het ontwerp voor de toekomst en houd je aan de kaders en doelen.
Stel dat u de staatssecretaris/eurocommissaris die verantwoordelijk is voor digitalisering één dringend advies mag meegeven. Welk advies zou dat zijn?
Ga echt harmoniseren en standaardiseren op Europees niveau: als het gaat om een Europese standaard die aan Microsoft of Meta wordt opgelegd, moet Brussel daarover gaan, niet Den Haag. Dat soort initiatieven zou je op de hele digitaliseringsstack veel breder moeten inzetten. En in Nederland zelf zou ik voorstander zijn van een overheid die veel meer als aanjager optreedt en dingen samen voor de langere termijn ontwikkelt. Initiatieven zoals het Delta Instituut, dat begon als Herprogrammeer de Overheid, vind ik daarom uitstekend; we hebben veel meer van dat soort initiatieven nodig. Niet één grote architectuur die vanuit een enkel bureau alles voor iedereen regelt, want zo werkt het niet, maar wel een aantal gedeelde principes waarlangs je het wilt doen. En het dan ook doen.
Ziet u opties om in een coalitieverband werk te maken van de versterking van de digitale economie?
Absoluut, want de versterking van onze digitale economie kán simpelweg niet door één partij alleen worden gerealiseerd. Geen enkele overheid, telecomoperator of techspeler bezit immers de hele digitale stack. Publiek-private samenwerkingen en innovatie-ecosystemen zijn daarom onmisbaar. We zien in de praktijk dat dit enorm effectief is zodra je partijen bundelt rondom een concrete technologische uitdaging. Future Network Services (FNS) is daar een toonaangevend voorbeeld van: daarin brengen we overheid, telecombedrijven, chipontwikkelaars en kennisinstellingen samen om de leiding te nemen in 6G en toekomstige netwerken. Een ander actueel voorbeeld is de Nederlandse AI-fabriek, waarin we met SURF, de AI-coalitie en partners in onder meer Groningen bouwen aan een soevereine en duurzame AI-rekeninfrastructuur voor Nederland en Europa.
Maar er is één cruciale randvoorwaarde om zulke coalities écht impact te laten maken: de overheid moet zorgen voor een duidelijke, langjarige missie. Te vaak verzanden samenwerkingen in vrijblijvende praatgroepen. Je hebt een stip aan de horizon nodig die overeind blijft, ongeacht kabinetscycli. Neem de energietransitie en de digitalisering van het elektriciteitsnet om netcongestie op te lossen: definieer met elkaar dat dit systeem in 2035 volledig robuust en gedigitaliseerd moet functioneren. Reken vervolgens vanuit dat einddoel terug: welke standaarden, interoperabiliteit, wetgeving en technologische innovaties zijn wanneer nodig? Als je een consortium rondom zo’n harde doelstelling bouwt en partijen bindt aan executie, ontstaat er werkelijke doorzettingskracht.
Wat zou uw organisatie met VodafoneZiggo willen doen in dit verband?
Ik zie drie concrete domeinen waar TNO en VodafoneZiggo elkaar kunnen versterken. Ten eerste de ontwikkeling van 6G. Binnen nationale en Europese programma’s zoals Future Network Services (FNS) moeten we ervoor zorgen dat Nederland en Europa koploper blijven in de volgende generatie communicatienetwerken. Daarin brengen we de chiplaag, slimme netwerkarchitectuur en AI samen tot één samenhangende, soevereine stack.
Ten tweede: digitale weerbaarheid en post-quantum cryptografie (PQC). De netwerkinfrastructuur is de levensader van onze maatschappij en economie. Met de opkomst van quantumtechnologie komt de huidige encryptie op termijn onder druk te staan. We moeten vitale netwerken en bedrijfskritische communicatie nu al 'quantum-safe' maken. Samen met een partij als VodafoneZiggo kunnen we in proeftuinen en sandboxes beproeven hoe je netwerken en zakelijke diensten toekomstbestendig migreert naar deze nieuwe cryptografische standaarden.
Ten derde: programmeerbare en intelligente netwerken. Het telecomnetwerk is allang geen passief doorgeefluik meer, maar een dynamisch platform. Door het netwerk programmeerbaar te maken via open API’s en standaarden, kun je functionaliteiten zoals geavanceerde network slicing direct koppelen aan bedrijfskritische applicaties – denk aan slimme energienetten, industriële automatisering of de zorg. Samen kunnen we onderzoeken hoe je netwerkinfrastructuur en AI-toepassingen naadloos op elkaar laat aansluiten, zodat zakelijke klanten niet alleen connectiviteit afnemen, maar direct gegarandeerde veiligheid, data-soevereiniteit en kwaliteit krijgen.
Over deze serie: Hoe blijft Nederland digitaal concurrerend in Europa en de wereld?
In aanloop naar het symposium Staying Ahead: Connectivity for Europe’s Next Decade op 15 oktober 2026, verzamelt VodafoneZiggo inzichten van kopstukken uit het Nederlandse bedrijfsleven, overheid en technologiesector. De inzichten worden gebundeld in een whitepaper, die tijdens het event wordt gepresenteerd.
Meer informatie over het symposium? Neem dan contact op via communicatie@vodafoneziggo.com.
Benieuwd naar het vorige interview uit deze serie? Lees hier het gesprek met Coen Oostrom, voorzitter bij VNO-NCW.
De technologische concurrentiekracht van Nederland en Europa staat voor grote uitdagingen. De opkomst van AI, de toenemende vraag naar chips en veranderende geopolitieke verhoudingen maken het belangrijker om de hele technologische waardeketen te versterken. Om te bepalen wat ervoor nodig is om technologisch voorop te blijven lopen, spreekt VodafoneZiggo in de serie 'Staying Ahead' met Nederlandse denk- en doe-leiders uit bedrijfsleven, overheid en technologiesector. In deze aflevering deelt Marc Zegveld, Managing Director ICT, Strategy & Policy bij TNO, zijn visie op waarom Nederland nu al moet investeren in de digitale infrastructuur van de toekomst, van 6G en cloud tot AI.
