Kunt u kort vertellen over uw organisatie en uw rol?
Booking.com is een techbedrijf dat in Nederland is gestart en nog steeds grotendeels Nederlands is. Ons hoofdkantoor staat in Amsterdam, waar ongeveer 6.500 mensen werken – ruim de helft van ons wereldwijde personeelsbestand. Binnen de ring zijn we het grootste bedrijf van Amsterdam als je het aantal medewerkers telt. Booking.com is naast Spotify een van de grotere techsuccessen uit Europa: leidend in onze markt (maar niet dominant). Zelf richt ik me op Nederland, onze hoofdkantoormarkt. Dat geeft ons ook andere vraagstukken dan elders, die goed passen in het kader van deze interviewreeks, want we maken echt deel uit van het ecosysteem in Nederland. Ook de 'chain of command' zit hier grotendeels: onze CEO verdeelt zijn tijd tussen New York en Amsterdam en ook ons wereldwijde hoofd Public Affairs en de Europese directeur zitten hier.
Hoe beoordeelt u de huidige digitale concurrentiekracht van Nederland?
Ik kijk daar vooral vanuit een ecosysteem naar: het tech-ecosysteem van Amsterdam, van de kleinste startup met twee, drie mensen tot Booking.com en alles daartussenin. Onze concurrentie zit namelijk niet alleen in de business – de Airbnb's van deze wereld – maar minstens zo veel op het aantrekken van talent. Amsterdam is, samen met Eindhoven, een van de talentmagneten van Nederland. Op zich doet Nederland het best goed, maar het hobbelt wel wat achteruit als we niet in actie komen: internationale vergelijkingen, bijvoorbeeld van Dealroom, lieten Amsterdam een aantal jaar geleden op plek drie in Europa staan, en dat is inmiddels rond de zeven. Dat betekent minder investeringen in start- en scale-ups die daardoor minder goed kunnen doorgroeien met mogelijk ook impact op talent en vestigingsklimaat. We moeten dus dit goed functionerende ecosysteem van vandaag, met mooie bedrijven als Booking.com en Adyen, niet als vanzelfsprekend beschouwen voor de toekomst – zeker niet in het tijdperk van AI.
Wat zijn jullie ambities om Nederland digitaal concurrerend te houden?
Dat willen we zeker. Voor een deel is dat het natuurlijke aantrekkingseffect dat we als land en bedrijf hebben: van de puur technische rollen die we invullen, komt 70 tot 80 procent niet uit Nederland, en van die internationale mensen die Booking.com weer verlaten, blijft ongeveer 70 procent hier en stroomt door naar andere techbedrijven, start-ups en scale-ups – ook in management, met schaalervaring vanuit een groot techbedrijf. Uit een recent rapport bleek dat aan Booking.com, als grootste speler, de meeste founders van nieuwe Amsterdamse start-ups te koppelen zijn: 88, tegenover 66 bij Adyen. Dat is een natuurlijke bijdrage die je levert door hier te zitten en talent aan te trekken, en dat blijven we doen. En dat is ook een wisselwerking; die start- en scale-ups zorgen voor dynamiek en vernieuwing. In theorie zouden we ergens anders neer kunnen strijken als een ecosysteem beter zou zijn, maar dat is niet wat we willen: we hebben hier relatief recent een hoofdkantoor geopend, enorm geïnvesteerd, en onze mensen wonen hier. Concreet investeren we bijvoorbeeld samen met de UvA in AI-onderzoek, en trekken we op met de Amsterdam Economic Board en de gemeente over wat er nog meer nodig is voor de versterking van Amsterdam.
Welke rol spelen digitale infrastructuur en connectiviteit hierbij in de dagelijkse praktijk van uw organisatie?
In de basis is dat natuurlijk heel belangrijk, maar het functioneert zo goed dat we het er eigenlijk niet over hebben. Telecom is een beetje als water uit de kraan: je klaagt pas als het niet werkt. Wij hebben geen fysiek product; alles staat in de cloud, en je moet je digitale zaken gewoon kunnen doen. Zou het Nederlandse telecomnetwerk onverhoopt uitvallen, dan denk ik dat ons platform in de basis door kan draaien, maar zodra facturatie en andere processen die vanuit Nederland lopen niet meer zouden werken, wordt het al snel ingewikkeld. Het is dus goed om, net als bij water en elektriciteit, vooruit te kijken naar de behoefte in de toekomst – en nu ervoor te zorgen dat we daar straks in kunnen voorzien.
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de Nederlandse digitale infrastructuur, en wat functioneert er op dit moment goed?
Onze mobiele netwerken zijn wereldtop, en onze vaste netwerken zijn dat volgens mij ook. Dat is in Nederland gewoon heel goed geregeld.
Wat kan of moet verbeterd worden aan de digitale infrastructuur van Nederland
Datacenters zijn een interessant vraagstuk voor de toekomst, al is dat voor ons niet direct relevant – toch moet je ze ergens hebben, dus voor de infrastructuur in het algemeen is dat belangrijk. Voor AI geldt dat je niet alleen goede verbindingen nodig hebt, maar ook rekenkracht dichtbij; daar kan volgens mij nog wel wat bij. Voor het functioneren van Booking.com zelf is dat niet direct nodig, maar wel voor het ecosysteem eromheen: wil je daar sterk in blijven, dan moet je blijven investeren, anders schuift het alsnog naar achteren.
Wat is volgens u de impact van de opkomst van AI op de digitale infrastructuur?
De infrastructuur van morgen moet natuurlijk de gigantische hoeveelheid data kunnen verwerken die AI genereert en zal blijven genereren. Praktisch gezien is AI voor ons ontzettend belangrijk voor de arbeidsproductiviteit: bijna iedereen gebruikt inmiddels AI-tools, van coding tot mijn public affairs. We moeten sneller kunnen doorontwikkelen dan onze concurrenten en willen zelf ook alleen maar de beste AI-oplossingen. Booking.com was een van de eerste partners binnen ChatGPT – boek je daar iets, dan loopt dat via Booking.com – en we ontwikkelen ons eigen platform zo door dat dezelfde AI-functionaliteit straks ook daar beschikbaar is. Dat neemt niet weg dat de bredere discussie, of je straks nog wel een boekingsplatform nodig hebt als alles via een AI-assistent kan, ook bij ons speelt. Onze inzet is dat reizen een complexe puzzel blijft met veel partners zoals hotels, waar onze specialisatie een voordeel biedt dat generieke AI-platformen niet snel evenaren – dat houdt ons wel scherp om de beste te blijven.
Waar liggen volgens u de grootste bedreigingen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Het gaat niet zozeer om één specifieke regeling, maar vooral om consistentie: voorspelbaarheid en stabiliteit. Wat we de afgelopen jaren hebben gezien bij bijvoorbeeld de expatregeling, en verder terug bij de innovatiebox, maakt het heel lastig om een langetermijninvestering te doen als je niet weet of de omstandigheden over een paar jaar nog hetzelfde zijn. Wat je eigenlijk hoopt, is dat de politiek een bepaald basisniveau en grote beleidslijnen gewoon gelijk houden: dan weet iedereen waar hij aan toe is en kan er geïnnoveerd worden. Daarbovenop kun je van alles investeren, maar het begint bij een stabiel en voorspelbaar fundament. Frequente beleidswijzigingen maken dat fundament kwetsbaar. Dat is ook een beetje inherent aan de politiek: die is per definitie geneigd te schuiven richting de gunst van de kiezer van vandaag, terwijl dat een andere kracht is dan wat een ecosysteem op de lange termijn nodig heeft.
Waar liggen volgens u de grootste kansen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Amsterdam is op dit moment de sterkste AI-hub van Nederland: ons bedrijf en andere techbedrijven, universiteiten en start-ups dragen daaraan bij. Dat verhaal moet nog beter verteld worden, al weten ze dat bij EZK over het algemeen wel. Mijn punt daarbij: als je die internationale terugval wilt keren, is het logisch om je AI-investeringen te doen binnen het ecosysteem waar het al gebeurt, in plaats van ze te verspreiden. Er zijn ook andere routes ter discussie geweest, zoals een meer wetenschappelijk AI-instituut, of eerdere plannen voor AI-fabrieken in Groningen; vanuit ecosysteemdenken niet heel logisch, omdat je zo'n faciliteit dan ver wegzet van waar het talent al zit. Bundelen werkt beter dan spreiden: talent komt graag naar Amsterdam, of wil er in elk geval mee geassocieerd worden, en andere ecosystemen laten zien dat dichtbij elkaar zitten juist voor kruisbestuiving zorgt tussen mensen, netwerken en ideeën. Dat is een lokaal tot regionaal effect, ook al is Nederland een klein land. Overigens is Booking.com zelf ooit opgericht in Enschede, dus niets ten nadele van andere plekken, maar als je snapt hoe zo'n ecosysteem werkt, kun je ook slimmer investeren.
Wat moet Nederland doen om de kansen te benutten en de bedreigingen te voorkomen? Welke rol ziet u daarbij voor de overheid?
Zorg allereerst voor een stabiel fiscaal fundament, en investeer daarnaast slim in het ecosysteem, dus bundelen in plaats van spreiden. Ik zie ook dat het besef van hoe zo'n ecosysteem werkt nog niet overal voldoende is doorgedrongen. In Eindhoven kun je mensen midden in de nacht wakker maken en die kunnen je haarfijn uitleggen hoe Brainport in elkaar zit; voor het digitale techsysteem in Amsterdam, met bedrijven als Booking.com, Adyen en Just Eat Takeaway en alle start-ups eromheen, ligt dat toch iets anders. Dat is denk ik ook lastiger voor een stad als Amsterdam: die is heel divers, met tien andere sectoren die minstens zo hard roepen (en met recht) dat zij belangrijk zijn, dus dan is het moeilijker om echt te kiezen. Bovendien kun je een bedrijf als ASML makkelijk uitleggen – grote fabriek, hoogtechnologisch talent – maar het verhaal van een digitaal ecosysteem moet je toch vaker terugbrengen tot de basis en er is geen brancheorganisatie die dat verhaal voor de hele sector vertelt zoals dat in de hardwaretech wel gebeurt.
Stel dat u de staatssecretaris/eurocommissaris die verantwoordelijk is voor digitalisering één dringend advies mag meegeven. Welk advies zou dat zijn?
Als ik één ding zou meegeven: zorg voor stabiliteit en voorspelbaarheid in de fiscale regelingen voor tech. Dat is de basis; van daaruit kun je pas slim verder investeren in het ecosysteem.
Ziet u opties om in een coalitieverband werk te maken van de versterking van de digitale economie?
We werken op verschillende manieren samen met anderen, formeel en informeel. Zo zijn we lid van VNO-NCW, waar een groot deel van de fiscale agenda ligt, breder dan alleen een techverhaal. Daarnaast verschijnt er elk jaar een R&D Top 50-lijst; wij stonden daar afgelopen jaar op plek drie, naast bedrijven als Philips. Met die groep R&D-bedrijven trekken we ook samen op: wat hebben we nodig om Nederland verder vooruit te brengen? Dat soort coalities is vaak informeel, zoals ook geldt voor thema's als box 3, maar ze werken over het algemeen goed. Verder is de Amsterdam Economic Board een platform waar bedrijven en de gemeente samenkomen; die heeft de afgelopen jaren ook meer ingezet op tech en AI voor groot-Amsterdam, waar wij natuurlijk blij mee zijn.
Wat zou uw organisatie met VodafoneZiggo willen doen in dit verband?
Een mogelijke verbinding is talent: als VodafoneZiggo, net als wij, met veel internationaal talent werkt omdat het ook een technisch bedrijf is, dan zitten we uiteindelijk allebei in het digitale domein, met een gedeeld belang om dat samen te versterken.
Over deze serie: Hoe blijft Nederland digitaal concurrerend in Europa en de wereld?
In aanloop naar het symposium Staying Ahead: Connectivity for Europe’s Next Decade op 15 oktober 2026, verzamelt VodafoneZiggo inzichten van kopstukken uit het Nederlandse bedrijfsleven, overheid en technologiesector. De inzichten worden gebundeld in een whitepaper, die tijdens het event wordt gepresenteerd.
Meer informatie over het symposium? Neem dan contact op via communicatie@vodafoneziggo.com.
Benieuwd naar het vorige interview uit deze serie? Lees hier het gesprek met Amal Tourabi, hoofd Government Affairs bij ASML in Nederland.
