Kunt u kort vertellen over uw organisatie en uw rol?
Ik ben hoofd Government Affairs bij ASML in Nederland. Wij onderhouden de contacten met Den Haag[VM1.1]. Maar Government Affairs bij ASML is niet alleen een Nederlandse aangelegenheid, ook al zit hier ons hoofdkantoor: we zijn een global team, met collega’s in Brussel en Berlijn, Washington D.C. en ook steeds meer in Azië. Ons team stemt onderling intensief af, want onze Nederlandse thema's raken vanzelfsprekend ook aan ontwikkelingen in Europa. En andersom. Frank Heemskerk, die als executive vice-president Public Affairs en countrymanager van Nederland het geheel overziet, is daarnaast ook verantwoordelijk voor community engagement. Onze groei heeft impact op de regio en dat beseffen we; we investeren dan ook een vast bedrag per medewerker in de samenleving in onze directe omgeving, in uiteenlopende projecten (woningbouw, onderwijs, sport en cultuur bijvoorbeeld).
Hoe beoordeelt u de huidige digitale concurrentiekracht van Nederland?
Ik verbreed die vraag graag ook naar Europa, want daar hangt het nauw mee samen. De urgentie wordt inmiddels wel gezien, politiek, zowel in Nederland als in Europa: dit is een ontzettend belangrijk onderwerp voor de komende jaren. Dat inzicht is goed, maar er moeten nog wel stappen worden gezet. Als je kijkt naar de hightechconcurrentiepositie waar digitalisering onder valt, hebben we een paar sectoren waarin we heel goed zijn – semicon, de sector waarin wij zelf opereren bijvoorbeeld. We hebben goede, getalenteerde medewerkers; de kwaliteit van dat talent is gewoon goed, in Nederland én in Europa, ook vergeleken met Azië en de VS. Beschikbaarheid van talent blijft wel een uitdaging – dus moeten we ook de deur open blijven houden voor talenten en experts van buiten. Het is een kwetsbaar systeem, dat gebaat is bij consistentie en voorspelbaarheid. Juist van onze internationale collega’s horen we dat stabiliteit van beleid, via de kennismigrantenregeling, het aantrekkelijk maakt voor hen om naar ons te komen, omdat ze dan weten wat ze kunnen verwachten.
Wat zijn jullie ambities om Nederland digitaal concurrerend te houden?
Het niveau van talent en kennisontwikkeling zijn in Nederland en Europa stabiel, maar als je de keten verder afpelt – naar chipdesign, chipproductie en toepassingen voor chips – scoren we in Europa gewoon niet goed. Onze overtuiging is dat je in de hele waardeketen moet investeren om ook naar de toekomst toe concurrerend te blijven. Europa is met een aanzienlijk deel van de wereldwijde vraag van consumenten een relevante markt, maar er lekt veel waarde weg omdat we als Europa vooral inkopen in plaats van zelf ontwikkelen en produceren. Daarom hebben we de Tech Creators Coalitie opgericht, met partijen uit aerospace en defensie, de automobielsector, AI-bedrijven en de telecom- en elektronicasector, om samen te bepalen hoe die Europese stack eruit moet zien. Dat moet uitmonden in een partnership met de overheid, waarbij de industrie bereid is te investeren en de overheid – Nederland, de EU en andere lidstaten – de randvoorwaarden schept (en vasthoudt) om een vliegwieleffect op gang te krijgen. Daar steken we zelf veel tijd in. Dat betekent overigens niet dat we een hek om Europa willen zetten: onze partners in Azië en de VS blijven ontzettend belangrijk, het een kan niet zonder het ander. Het gaat erom dat Europa nu, met meer momentum dan ooit, stappen zet vanuit een sterke positie – wederzijdse afhankelijkheid is prima, zolang die maar vanuit kracht is.
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de Nederlandse (digitale) infrastructuur, en wat functioneert er op dit moment goed?
Voor ons geldt dat we onze groeiplannen in Nederland nu goed kunnen waarmaken. Ik denk dat er veel lessen te trekken zijn uit het Beethovenprogramma en uit andere sectoren, over hoe je gegeven alle beperkingen – zoals netcongestie, stikstof – toch vooruit kunt komen. We merken dat de urgentie nu echt wordt gezien: met het nieuwe kabinetsbeleid waarin sectoren scherper geprioriteerd worden, wordt er nu echt gekozen, en dat geldt zowel voor Nederland als voor Europa. Nu is het tijd voor uitvoering en versterking.
Wat kan of moet verbeterd worden aan de (digitale) infrastructuur van Nederland (en Europa)?
De zorg zit hem in de slagvaardigheid: er wordt nog te weinig daadwerkelijk gehandeld. Netcongestie, stikstof en vergunningverlening raken alles, van talentbeleid tot het bouwen van nieuwe locaties. Met netcongestie is het de afgelopen jaren niet heel goed gegaan, met stikstof ook niet. Ik ben optimistisch dat we daarvan leren, maar dan moet je er wel op tijd naar kijken. Daarnaast moet gewerkt worden aan het aantrekkelijk maken van Nederland en Europa zodat industriële partijen hier willen investeren. Dat kan alleen via een vraaggestuurde aanpak en met ondersteunende randvoorwaarden vanuit de overheid. De (digitale) infrastructuur moet vervolgens aansluiten op die vraag en behoefte. In die volgorde.
Wat is volgens u de impact van de opkomst van AI op de digitale infrastructuur?
AI is de game changer, die raakt alles. Robuuste digitale infrastructuur die aansluit bij de toekomstige vraag is cruciaal. AI gaat leiden tot minstens een verdubbeling van de halfgeleidersector binnen een paar jaar, en dat bepaalt dus ook de concurrentiepositie van Europa. Voor ons zitten er twee kanten aan: aan de ene kant gebruiken we AI zelf om onze productie efficiënter te maken en ons product voor klanten te verbeteren; aan de andere kant is AI de komende jaren de drijver van de vraag in onze sector. Dat is meteen de uitdaging voor Europa: je hebt wet- en regelgeving nodig die daarin meebeweegt en concurrerend genoeg is voor het Europese bedrijfsleven.
Waar liggen volgens u de grootste bedreigingen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Voortdurende politieke wisselingen creëren onrust, en dat is een groot risico. Grote projecten vereisen langetermijnvisie en -planning. Binnen ASML rekenen wij ook in periodes van tien tot vijftien jaar. Het vestigingsklimaat is hier het meest aantrekkelijk als bedrijven weten hoe ze de komende decennia kunnen groeien en op die manier grote projecten kunnen realiseren. Een regeling als de kennismigrantenregeling is de afgelopen jaren al zes keer veranderd; discussies over dossiers zoals box 3 of de innovatiebox zorgen voor datzelfde soort onrust. Je hebt dus niet alleen een stabiel industriebeleid nodig, maar ook een strategisch industriebeleid – met o.a. beschikbaarheid van kapitaal, innovatieinstrumenten, een goed functionerende single market in Europa, en soepele vergunningverlening.
Waar liggen volgens u de grootste kansen voor Nederland om internationaal concurrerend te blijven?
Dat is het halfvolle glas: de aanwezigheid van bepaalde sectoren en bedrijven in Nederland, en simpelweg dat Nederland in de wereld van vandaag een fijne vestigingsplek is. Het geopolitieke speelveld is op dit moment erg in beweging en Nederland en Europa hebben daarin in potentie een interessante positie. De afzetmarkt voor ASML is in Europa zeer klein, minder dan één procent. Onze grootste markt is Azië, gevolgd door de VS. De voorziene groei van de sector biedt dan ook enorme kansen voor deze regio als daarvoor de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd en Europa deze kansen gezamenlijk oppakt.
Wat moet Nederland doen om de kansen te benutten en de bedreigingen te voorkomen? Welke rol ziet u daarbij voor de overheid?
Ik denk dat je de urgentie zo groot moet maken dat het chefsache wordt. Dat wil niet zeggen dat vakministers geen belangrijke rol hebben, maar duidelijke aansturing is essentieel. En intensieve samenwerking met het bedrijfsleven. Dat chefsache-denken geldt trouwens niet alleen voor lidstaten, ook voor de Europese Commissie: Von der Leyen bemoeit zich er zelf mee en heeft een Industrial AI Envoy aangesteld om aan die strategie en aan concrete acceleratorprojecten te werken.
Stel dat u de staatssecretaris/eurocommissaris die verantwoordelijk is voor digitalisering één dringend advies mag meegeven. Welk advies zou dat zijn?
Zorg voor samenhang tussen alle wet- en regelgeving. Voor ons is de CHIPS Act bijvoorbeeld maar een klein onderdeel van het geheel; het gaat net zo goed om de AI Act en om fiscale wetgeving. Dat hele pakket moet op elkaar aansluiten – eigenlijk zou je het een 'Ecosystem Act' moeten willen noemen.
Ziet u opties om in een coalitieverband werk te maken van de versterking van de digitale economie?
Zeker. ASML staat open voor samenwerking met het bredere ecosysteem, en dat doen we ook al: we trekken met allerlei bedrijven uit uiteenlopende sectoren op. Het meest voor de hand liggend is voorlichting aan beleidsmakers en politici. Als we een belangrijk onderwerp in Den Haag moeten uitleggen, zoeken we daar altijd samenwerking voor met andere (bijvoorbeeld R&D Intensieve) bedrijven of de koepelorganisaties. Het is juist heel krachtig als je een onderwerp bij politici kunt toelichten vanuit telecom, vanuit chips én vanuit aerospace tegelijk.
Wat zou uw organisatie met VodafoneZiggo willen doen in dit verband?
Technologische concurrentiekracht is een onderwerp dat ons beide nauw aan het hart gaat. Juist dan is het belangrijk om elkaars geluiden te versterken. De interviewreeks en whitepaper van VodafoneZiggo zijn een goed voorbeeld van hoe we samen kunnen werken.
Over deze serie: Hoe blijft Nederland digitaal concurrerend in Europa en de wereld?
In aanloop naar het symposium Staying Ahead: Connectivity for Europe’s Next Decade op 15 oktober 2026, verzamelt VodafoneZiggo inzichten van kopstukken uit het Nederlandse bedrijfsleven, overheid en technologiesector. De inzichten worden gebundeld in een whitepaper, die tijdens het event wordt gepresenteerd.
Meer informatie over het symposium? Neem dan contact op via communicatie@vodafoneziggo.com.
Benieuwd naar het vorige interview uit deze serie? Lees hier het gesprek met Hilde van der Meer, commissaris bij de Netherlands Foreign Investment Agency.
De technologische concurrentiekracht van Nederland en Europa staat voor grote uitdagingen. De opkomst van AI, de toenemende vraag naar chips en veranderende geopolitieke verhoudingen maken het belangrijker om de hele technologische waardeketen te versterken. Om te bepalen wat ervoor nodig is om technologisch voorop te blijven lopen, spreekt VodafoneZiggo in de serie 'Staying Ahead' met Nederlandse denk- en doe-leiders uit bedrijfsleven, overheid en technologiesector. In deze aflevering deelt Amal Tourabi, hoofd Government Affairs bij ASML in Nederland, haar visie op de noodzaak van een sterke Europese technologische basis, stabiel overheidsbeleid en samenwerking binnen de hele waardeketen.
